Het bosmierenproject is ontstaan vanuit een interesse voor stedenbouw. In dit schoolwerkstuk (PDF) uit 1994 beschrijf ik hoe de steden en wegen van de Randstad steeds meer beslag leggen op het natuurlijke landschap. In 1996 schreef ik in een verslag (PDF) over bosmierwaarnemingen vanaf 1992, waarin de kolonie van bosmieren wordt vergeleken met mensensteden. Hier is de basis gelegd voor wat in 2015 het artikel “Van bosmier tot steden in transitie” opleverde.

Het bosmierproject is een veldonderzoek waarbij de nesten en mierenpaden van met name de kale rode bosmier (Formica polyctena) in kaart wordt gebracht. Deze soort verspreidt zich door vanuit het oorspronkelijke nest nieuwe nesten te stichten langs de al bestaande mierenpaadjes. In de loop der jaren ontstaat zo een netwerk van nesten en paadjes. Deze superkolonies zijn er van groot tot klein. Het onderzoeken hoe deze netwerken ontstaan en in stand blijven is een van de doelen van dit project. Behalve een heel leuk educatief natuurstudieproject vormt het ook de basis voor visies over stadsontwikkeling.

De gegevens van het onderzoek worden op drie manieren bewaard: de foto’s komen op deze website te staan, in een geografisch informatiesysteem worden de exacte posities van nesten en mierenpaden bewaard en in een database staan alle waarenemingen met allerlei gegevens. Om het overzicht te bewaren worden de gebieden en nesten gecodeerd.

Op deze site zijn de foto’s terug te vinden door te zoeken op:

  • Datum
  • Gebiedscode
  • Nestcode (met eenĀ  . puntje er achter )